‘Nu kan ik praten over wat ik voel’

Meike is een stoere, creatieve meid van tien jaar. Ze vindt het leuk om af te spreken met haar vrienden en om te haken. Haar ouders zijn gescheiden, ze woont samen met haar moeder en haar oudere broer in Nijmegen. Het gezin krijgt te maken met overlast uit de buurt waarbij er zelfs een steen door de ruit gegooid wordt terwijl Meike op de bank ligt. Vanaf dat moment voelt ze zich thuis niet altijd meer veilig.

De eerste ontmoeting
Wanneer ik samen met gezinswerker Erik bij de school sta, komt er een stoer meisje met een shirt van ‘Appelpop’ op ons afgerend. Ze begroet Erik enthousiast en geeft mij een hand en stelt zich voor. Op weg naar huis vertelt ze vrolijk dat ze met papa naar Appelpop is geweest en daar het shirt heeft gekregen. Eenmaal aangekomen wordt er enthousiast opengedaan door Sara, de moeder van Meike. Twee honden blaffen opgewonden mee terwijl we naar binnen lopen.

‘Als ik iets maak, denk ik even nergens aan’
Sara en Erik gaan in de achtertuin zitten terwijl Meike en ik plaats nemen aan de eettafel. Op tafel staat een mandje met armbandjes. Meike vertelt trots dat zij die zelf heeft gemaakt. Ze houdt van creatieve dingen doen. Als ze daarmee bezig is, denkt ze alleen daaraan. Van daaruit komen we op het gesprek over de ondersteuning van Buurtteams Jeugd en Gezin en Meike begint te vertellen.

De gezinswerkers van Buurtteams Jeugd en Gezin kwamen al regelmatig langs voor haar broer. Tijdens deze bezoeken zagen ze dat Meike zich soms afsloot. Vooral wanneer er naar haar gevoel gevraagd werd. Omdat zowel Sara en de gezinswerkers zich hier zorgen over maakten zijn ze ook met Meike in gesprek gegaan. ‘Ik moest anders omgaan met mijn gevoel, maar ik wist niet hoe.’

Van spannend naar vertrouwd
‘Eerst vond ik het heel spannend,’ vertelt Meike. ‘Ik wist niet zo goed wat we gingen doen.’
Na drie bezoeken durfde ze met de gezinswerkers te praten over wat er gebeurd was. ‘Ze wilden eerst gewoon weten wie ik was, wat ik leuk vond. ‘Doordat Meike de gezinswerkers ging vertrouwen, vond ze het al snel fijn dat ze ook voor haar kwamen. ‘Ik vroeg zelfs aan mama: wanneer komen ze weer?’

‘Spelletjes hielpen mij praten’
De gezinswerkers merkten dat Meike hard werkte om woorden te vinden voor wat ze voelde. Soms ging dat vanzelf, soms kostte het moeite. ‘Praten over wat ik voel vond ik eerst echt moeilijk,’ zegt ze. Daarom werd er speltherapie ingezet, iets wat goed bij Meike bleek te passen. ‘We speelden soms tik-tak-boem. Dat vond ik grappig. Door die spelletjes en heel veel praten leerde ik over mijzelf te vertellen.’ Ze stelde zich steeds meer open.

‘Nu kan ik het veel beter. Dat heb ik stapje voor stapje geleerd. Eerst werd er geoefend met hoe gaat het op school, wat heb je gedaan? En nu kan ik het gebruiken als er weer iets engs gebeurt.’ Erik, een van de gezinswerkers, herinnert zich hoe het contact begon. “Meike is stoer en tegelijk heel gevoelig. We hebben veel geoefend met woorden geven aan wat voor haar moeilijk was. Dat vraagt doorzettingsvermogen. Ze maakt echt stappen.”

‘Nu kan ik praten over wat ik voel’
Ook nu nog kijkt Meike uit naar de momenten waarop haar gezinswerker langskomt. ‘We praten niet alleen over moeilijke dingen,’ lacht ze. “Ook over school, over thuis. Ze vertelt trots dat ze een 9 haalde voor topografie, waarmee Erik haar had geholpen. Deze succesmomentjes zijn een boost voor haar zelfvertrouwen. Meike praat inmiddels niet alleen met haar begeleiders, maar ook met anderen als dat nodig is.  Ze geeft zelfs dit interview, wat voor veel anderen iets heel spannends is. Dit maakt dat ze zich sterker voelt. ‘Nu kan ik praten over wat ik voel en dat lucht op’