Wanneer Eva en Stefan elkaar ontmoetten in Roemenië, het thuisland van Stefan, en verliefd werden, besloten ze samen in Nederland te gaan wonen. Inmiddels wonen ze met hun drie kinderen, Jade (8), Floris (6) en Lot (3), in het ouderlijk huis van Eva. Toen de vader van Eva overleed, kregen verdriet en stress de overhand. Het lukte hun niet meer om de sfeer thuis goed te houden, waardoor ze zich zorgen maakten om hun gezinsleven. Uiteindelijk schakelden ze de hulp van Buurtteams Jeugd en Gezin in.
Twee culturen in een gezin’
Wanneer ik aankom bij het oude pand met de ronde voordeur, ben ik al onder de indruk. De deur gaat open en een blond meisje met warrig haar in een prinsessenjurkje komt naar me toe. Het is Lot. ‘Wie ben jij? Wil je mijn cavia’s zien?’ Terwijl ze me enthousiast vertelt dat haar cavia’s Pluizenbol, Witje en Vlekje heten, begrijp ik meteen waar de namen vandaan komen. Even later schuif ik aan de keukentafel, met een cappuccino terwijl Lot zich verdiept in ‘Peppa Pig’.
Eva en Stefan vertellen hoe hun gezamenlijke leven begon. Stefan verhuisde naar Nederland om met Eva een toekomst op te bouwen. De vakanties brengen ze door in Roemenië, hun kinderen groeien tweetalig op en gaan naar Roemeense les.
Stefan merkt op: ‘In Roemenië is opvoeding vaak strenger, met de harde hand. Dat wil ik niet. Maar in Nederland vind ik het soms weer té soft.’
‘We waren vooral aan het overleven’
Eva’s moeder was al langere tijd geleden overleden, maar toen ook haar vader overleed had dit grote impact. Het sociale netwerk kon weinig bijdragen en buiten de moeder van Stefan in Roemenië hadden ze weinig steun. Ondertussen waren Eva en Stefan bezig met hun studie en nieuwe banen, waardoor ze overbelast raakten. En dat had zijn weerslag op het gezin.
Eva vertelt: ‘Ik was vooral veel aan het mopperen, politieagentje spelen en mijn geduld aan het verliezen. Dat was helemaal niet hoe we het wilden.’ Stefan vult aan: ‘Er kwam een negatieve spiraal: de kinderen zochten negatieve aandacht en we waren vooral aan het overleven. Ik voelde me machteloos.’
‘Er was geen oordeel, dat gaf vertrouwen’
Voor Eva was de stap naar Buurtteams Jeugd en Gezin groot. Omdat ze zelf arts is, wilde ze het zelf kunnen oplossen. ‘Ik schaamde me en was bang voor een oordeel, dat weerhield me ervan om hulp te zoeken.’
Toen dochter Jade gedragsproblemen begon te ontwikkelen, besloot ze toch hulp te zoeken. Tot haar verrassing richtten de gezinswerkers zich niet alleen op de kinderen, maar vooral op als ouders. ‘Ik dacht: het probleem ligt bij de kinderen. Maar doordat wij beter samenwerkten, ging het ook beter met hen. Dat vind ik heel belangrijk om te delen,’ zegt Eva.
Stefan verteld dat hij het lastig vond dat er ‘vreemden’ in huis kwamen: ‘Ik dacht dat we te horen zouden krijgen wat we allemaal verkeerd deden. Maar er was geen oordeel, alleen begrip. Dat gaf vertrouwen.’ ‘In het begin ben je bang voor het onbekende. Komt de opvoedpolitie? Komen er maatregelen? Maar dat was helemaal niet zo. Het voelde bijna als relatietherapie.’ lacht Eva.
Niet alles tegelijk
‘Doordat de gezinswerkers goed luisterden en wederzijds vertrouwen groeide, hebben ze ons echt kunnen helpen.’ Niet alles tegelijk, maar stukje voor stukje. Het ochtendritueel bleek de grootste uitdaging. Met hulp van de gezinswerkers bedachten ze een aftekenkaart. Stefan, creatief als hij is, maakte er samen met de kinderen een vrolijk schema van.
‘Juist doordat de kinderen zelf plaatjes mochten kiezen en meedenken, werkte het. Ze vinken hun taken af en krijgen na een week een kleine beloning.’ vertelt Stefan trots. ‘We gebruiken de kaart nu een half jaar en merken echt verschil. Vroeger begon de dag met geschreeuw, nu houden we de kaart erbij, dat geeft duidelijkheid en ritme.’
‘Ze zijn echt professionals in hun vak’
Eva kijkt vanuit haar eigen beroep met bewondering naar de gezinswerkers: ‘Ze stelden de juiste vragen en wisten verandering in gang te zetten die onszelf niet lukte. Ze zijn echt professionals in hun vak.’
Toch blijft opvoeden een uitdaging. ‘Kinderen blijven ruzie maken, en soms schaam ik me in het openbaar. Dan helpt het dat professionals hebben bevestigd dat we het goed doen.’ vindt Eva.
‘Ik ben trots dat we beter communiceren’
Stefan noemt de ochtendkaarten als zijn grootste trots: ‘Samen met de kinderen iets maken dat echt helpt, en beter leren communiceren als ouders. Dat is een bevestiging dat je wél invloed kunt hebben.’
Eva voegt toe dat zij trots is dat ze beter kan loslaten wanneer Stefan met de kinderen bezig is. ‘Ik had vaak de neiging de controle te houden, maar dat putte me uit. Nu kan ik dat beter loslaten.’
‘Het is geen falen, je hoeft je niet te schamen’
Als laatste wil Eva nog kwijt dat ze het echt fijn vindt om hulp te krijgen: ‘Ik wil dat andere ouders weten dat Buurtteams Jeugd en Gezin heel laagdrempelig is. Ze komen niet vertellen wat je moet doen of laten. Je hoeft je niet te schamen, het is geen falen. Iedereen kan vastlopen, en dan is het juist fijn dat er hulp is.’